Tuinverhalen: gedicht
Hanny Michaelis was een van de belangrijkste Nederlandse dichters van de vorige eeuw. Haar leven werd getekend doordat ze als Joods meisje moest onderduiken en haar ouders werden vermoord in vernietigingskamp Sobibór. In haar poëzie voel je eenzaamheid, melancholie en berusting. Ze schreef in een sobere, indringende stijl, waardoor onder het verlies een enorme, nuchtere overlevingskracht schuilt. In ‘Herfst’ beziet ze de overgang van de seizoenen niet als een idyllisch natuurverschijnsel, maar als een dramatische, onvermijdelijke strijd: de zomer sterft eenzaam en onopgemerkt in de straten van de stad. Een sfeervol en herkenbaar beeld voor iedere tuinder die in het najaar de balans opmaakt in zijn tuin.
Oktober 2026 – Gedicht door Hanny Michaelis (1922-2007)
Herfst
De bomen roesten in het zieke licht
langs somber in zichzelf gekeerde grachten.
In wilde, stormdoorvlaagde regennachten
vertoont de maan een bleek, behuild gezicht
boven de lege straten, smalle schachten
waar in een onverbiddelijk gericht
de zomer langzaam voor het najaar zwicht,
terwijl de huizen op het einde wachten.
Tegen de morgen is de strijd beslecht.
Een vage geur van heimelijk bederven
heeft aan de moede wind zich vastgehecht.
Tussen een handvol dunne zonnescherven
heeft zich de zomer moeizaam neergelegd
om eenzaam en onopgemerkt te sterven.
Hanny Michaelis
(uit: ‘Verzamelde gedichten’,
Van Oorschot, 2006)

