Robertskruid
Plantenleven: Anke’s tuinkalender
Juli is de perfecte tijd voor een slimme tweede oogst en het zaaien van groenbemesters. Maar Anke geniet deze maand vooral met haar neus: ze deelt haar passie voor de heerlijke geuren van wilde aardbeien en bijzondere kruiden in het groen. Lees hier haar handige tips en persoonlijke ontdekkingen.
Juli 2026 – Tekst door Anke Kamerman, tuin 36, fotografie door Elske de Kruijter, tuin 204
In juli kunnen de sojabonen nog gezaaid worden. Hoewel het voor de wisselteelt (waarbij je je groenteplanten elk jaar een vak opschuift) niet erg goed is, zet ik ze in hetzelfde jaar tussen de stokken van de geoogste tuinbonen in. Ze hebben het desondanks heel goed gedaan vorig jaar. Op de plekken die we niet gebruiken voor een tweede oogst, zaaien we de groenbemester Phacelia – ook wel ‘bijenbrood’ genoemd. In het voorjaar kun je die heel makkelijk onderspitten. Dat is goed voor de structuur van de grond!. Phacelia heeft mooie lavendelkleurige bloemen en een decoratief blad, maar als je hem laat zaait, bloeit-ie niet meer. Voor de wisselteelt zijn bladgroenten qua vruchtwisseling niet zo veeleisend – na drie jaar kun je ze alweer op dezelfde plek zetten. Omdat ze zo makkelijk zijn voor de grond, kun je ze later in het seizoen (juli of augustus) zaaien op een stuk grond waar je eerder die zomer al iets anders hebt geoogst (zoals vroege worteltjes of doperwten). Je gebruikt dezelfde grond dan dus twee keer in één jaar.
Wat ik heerlijk vind aan juli: dan ruik ik weer de geparfumeerde, opwekkende, friszoete geur van de wilde aardbei. Tijdens mijn zoektocht naar de vruchtjes kom ik diverse andere ‘onkruiden’ tegen, zoals het kruidig geurende hondsdraf, en ook uitgebloeid, breekbaar, sterk naar geranium geurend robertskruid – ook wel ‘stinkende ooievaarsbek’ genoemd. Je zou deze kruiden bijna blind kunnen plukken door puur op hun geur af te gaan. Ik ben het oneens met sommigen die robertskruid vinden stinken. En ik vind dat je er drie keer plezier van hebt: 1) als de roze losbladige bloemhoofdjes verschijnen, 2) als later de bladeren, stengels en uitgebloeide zaadhoofdjes prachtig verkleuren naar warme rood- en bruintinten, en 3) wanneer de vlammende plant het uitgebloeide loof laat verdorren totdat de broze steeltjes makkelijk uit te trekken zijn en de plant zijn sterke geur verspreidt.
De hondsdraf heeft een kruidige en harsige, naar munt ruikende geur. Hij woekert wel, maar in het voorjaar heeft hij schattige toortsen van blauwpaarse lipbloemen, en die wil ik niet missen. Hoewel hij de neiging heeft de wilde aardbei – die mijn lieveling is – te verdrijven, wil ik hem toch ook niet kwijt. Vorig jaar heeft het plantje lievevrouwebedstro het grootste deel van ons wilde-aardbeienbed overgenomen.

