Onder je schoffel gebeurt meer dan je ziet. Bodemdiertjes houden de grond open en verteren bladafval, en ze doen dat gratis. Zorg goed voor hen en je hebt zelf minder werk.

Composteren: afval bestaat niet

Groente- en fruitresten, gemaaid gras, snoeisel en blad: alles is grondstof. Meng “nat” (keukenafval, gras) met “droog” (takjes, karton, blad), geef het tijd en je krijgt donkere, krokante compost die naar bos ruikt.

• Meng nat en droog, dan stinkt het niet.
• Geen vlees, vis of gekookt eten in de bak.
• Een beetje vocht en af en toe omzetten helpen mee.

Hergebruiken: kijk eerst rond

Een pallet wordt een compostbak, een emmer een plantenbak. Op ons park beginnen we het voorjaar door dorre plantenresten van paden en borders weg te halen en te hergebruiken op de composthoop. Snoeihout hoeft niet weg: hergebruik het, of laat het vanzelf vergaan.

Geef de bodem te eten, maar niet te veel

Meestal heb je geen mest nodig, want compost is een goede bodemverbeteraar. Wil je toch bijmesten, kies dan organische mest en gebruik weinig. Kunstmest laten we liggen: planten nemen het slecht op en het meeste spoelt weg naar grond- en slootwater. Daar zorgt het voor kroos en algen die al het zuurstof opmaken, tot vissen en ander waterleven doodgaan.

Houd de grond bovendien bedekt, met blad, gras of juist met planten. Dat houdt vocht vast en voorkomt uitdroging.