Van de tuinders: gespot
Wat is een volkstuin zonder de levendige natuur om ons heen? Onze tuinen zijn niet alleen een paradijs voor groenten en bloemen, maar ook een thuis voor talloze bijzondere dieren. In deze nieuwe rubriek ‘Gespot’ delen onze tuinders hun mooiste, grappigste en meest opvallende ontdekkingen. Deze keer: een pyamaschildwants, een specht en parende hommels.
Augustus 2026 – Tekst door Edwin Oden, tuin 182; fotografie door Minke de Jong (tuin 180), Alison Bass (tuin 210) en Elske de Kruijter (tuin 204)
De pyjamaschildwants: modebewust in de moestuin
Minke de Jong (tuin 180) spotte er eentje op haar suikermaïs. De pyjamaschildwants (Graphosoma italicum) is met zijn felrode en gitzwarte strepen misschien wel het best geklede insect van ons park. Deze opvallende kleuren zijn niet bedoeld om te pronken, maar dienen als waarschuwing voor vogels: “Pas op, ik smaak vreselijk!”. Je vindt ze in de zomer vaak op de bloemschermen van schermbloemigen zoals wilde peen, pastinaak en zevenblad, maar ze wandelen dus ook gerust over een maïsblad!
Voor filmpje van de specht klik hier: Grote bonte specht
De Grote Bonte Specht: timmerman van het park
De specht die Alison Bass (tuin 210) spotte, is hoogstwaarschijnlijk de grote bonte specht, een regelmatige bezoeker van onze groene tuinen. Met hun krachtige snavel hakken ze niet alleen boomholtes uit voor hun nest, ze zoeken er ook mee naar insecten en larven onder de boomschors. In de winter zijn ze dol op vetbollen en pinda’s, waarbij ze zich acrobatisch aan de voedersystemen vastklampen.
Voor filmpje van de hommels klik hier: Parende hommels
Liefde in de tuin: parende hommels en bijen
Elkse de Kruijter (tuin 204) spotte parende hommels. Hoe werkt dat paren van hommels eigenlijk? En doen bijen dat ook?
Eerst de parende hommels: aan het einde van de zomer worden er in het hommelnest mannetjes (darren) en nieuwe, jonge koninginnen geboren. De mannetjes vliegen vaste paringsroutes en lokken de jonge koninginnen met geursignalen (feromonen). Als ze elkaar vinden, landen ze vaak op de grond, of op een blad voor de paring. De koningin slaat na de paring het sperma op, zoekt een plekje voor haar winterslaap en start volgend voorjaar in haar eentje een gloednieuwe kolonie. De rest van het oude nest (inclusief het mannetje) sterft helaas voor de winter.
En hoe zit dat bij bijen? Ja, bijen paren absoluut, maar het gaat er bij honingbijen een stuk heftiger aan toe! Een jonge honingbijenkoningin gaat op een ‘bruidsvlucht’. Ze vliegt hoog in de lucht (tussen de tien en veertig meter) waar honderden mannetjesbijen (darren) op haar wachten. Ze paart in de lucht met wel tien tot twintig verschillende mannetjes. Voor de darren is dit een kamikazemissie: tijdens de paring scheurt zijn geslachtsorgaan af, waardoor het mannetje direct daarna sterft.
Wilde bijen (zoals de metselbij) houden het overigens net als hommels iets rustiger: die paren gewoon op een blaadje of in het gras.

