Illustratie: Alison Bass, tuin 210
Dierenleven: bijen
Wat zit er eigenlijk achter die gesloten kastdeuren in de fruittuin? Redactielid Elske trok een imkerpak aan en ging mee met tuinder Remko op zijn eerste bijen-voorjaarsinspectie. Ze zag dode volken en uitpuilende kasten, leerde over ‘redcellen’ en ‘moerroosters’, én, niet te vergeten: ze at raathoning rechtstreeks uit de raat – wat een heel speciale ervaring was. Een verslag van twee bijzondere zondagen, oog in oog met een klein wonder.
Mei 2026 – Tekst door Elske de Kruijter, tuin 204; foto’s door Hillie de Rooij, tuin 31
Het is begin april. Ik hou het weerbericht in de gaten. Niet alleen omdat ik zin heb om in het zonnetje in de tuin te zitten, maar ook omdat ik wil weten hoe het met de bijenvolken gaat. Het lijkt erop dat de temperatuur een beetje begint op te lopen. Dus ik stuur Remko een bericht:
Ik: “Hoi Remko, het wordt beter weer. Ga jij binnenkort naar de bijtjes kijken?”
Remko: “Afhankelijk van het weer wellicht volgende week zondag.”
Ik: “Laat je het weten? Ik hou zondag vrij.”
Bericht Remko op zaterdag 11 april: “Hoi Elske, morgen is het eigenlijk iets te koud voor een 1st view, maar wilde toch gaan. Lukt het om 12.00 bij ons tuinhuisje te zijn? Qua kleding een wat lossere jogging broek, (tuin)laarzen en werkhandschoenen. Ik zorg voor jack met kap. We beginnen door wat wasraampjes in te smelten, daarna gaan we per kast de vliegopening-verkleiner er uit halen, de voerbak en eventuele lege broedbakken eraf halen, even snel kijken en eventueel nieuwe ramen inhangen.”
Bel bij het huisje van Remko
En zo belde ik aan bij de tuin van Remko. In zijn huisje staan de doosjes met kunstraat en de raampjes al klaar. Remko begint met het strak trekken van de draden waaraan de kunstraat straks wordt vast gesmolten. Hij haalt de draden door een apparaatje (ik vind het er uitzien als een ouderwetse blikopener) waardoor de draden een beetje gaan krullen en dus strakker in het raam komen te zitten. Dit doet hij bij zeven raampjes. Hij steekt de stekker van de transformator, die hij gaat gebruiken bij het insmelten van de kunstraat, in het stopcontact. De transformator zet elektrische spanning op de twee uiteinden van het ijzerdraad waardoor de draad enkele seconden warm wordt. Door de hitte smelt het kunstraat precies rond het draadje. Het is de kunst om precies op tijd te stoppen om te voorkomen dat de draad te ver door de was smelt of het hout beschadigt. De nieuwe raampjes zijn klaar. Hij legt ze bij alle andere bijenspullen in zijn bakfiets en we gaan naar de bijenstal in de fruittuin op deel III.
Raampjes voorzien van kunstraat
Remko met zijn bakfiets
Remko pakt zijn sleutelbos en opent het hangslot van de bijenstal. ‘Nu gaat het gebeuren’, denk ik opgewonden, ‘het mysterieuze leven achter deze deuren gaat zich openbaren.’ Ik moet eerlijk toegeven dat ik een beetje teleurgesteld was toen ik de inhoud van de stal zag. Twee stapels met twee piepschuim broedbakken en een wat minder hoge voederbak daar bovenop. Wat ik precies verwacht had, weet ik niet meer. Misschien een paar enorme torenflats van bakken waarin een hard en gonzend gezoem hoorbaar zou zijn. Achteraf gezien natuurlijk raar om dat te denken. De bijenvolken zijn klein in de winter. Al die ruimte moeten ze warm zien te houden. Als ik beter kijk, zie ik de schoonheid van de binnenkant van de stal. In de nok van het dakje hangen allemaal nieuwe raampjes en er liggen twee kledinghoezen met een imkerpak: een witte kiel met daaraan vast een bijenkap die bestaat uit een hoed met een sluier. Die zijn voor eventuele meekijkers zoals ik. Want je bent altijd welkom om, op afspraak, een kijkje te nemen als Remko aan het werk is.
Binnenkant bijenstal
Bij de vorige inspectie zag Remko al dat er één bijenvolk dood is gegaan in de winter. Voordat we onze pakken aandoen, opent Remko eerst de bijenkast waar niets meer inzit. Hij inspecteert zorgvuldig één van de ramen uit de kast. “Wat zie je?” vraag ik hem. Remko: “Dit raam is waarschijnlijk een jaar oud. Eerst was dit een raampje met nieuw kunstraat. De bijen hebben de cellen uitgebouwd en je ziet dat sommige cellen gevuld zijn, en dichtgemaakt. Die zegeltjes zijn een beetje beschimmeld, maar daaronder zit nog honing. De bedekte cellen die iets dikker en witter zijn, dat zijn de cellen die zijn gevuld met pollen. In de donkere celletjes zat het broednest. Daar zullen dus nog dode larven in zitten. Ik ga nu alle ramen bekijken of ik daar nog iets mee kan. Soms kan je het voer dat in de verlaten ramen zit, nog gebruiken voor een ander volk. Je snijdt ze een beetje in, zodat de bijen erbij kunnen, en hangt ze in hun kast. Maar meestal smelten we oude of beschadigde bijenraat weg, om de was te zuiveren en opnieuw te gebruiken. De laatste keer dat ik deze kast zag zaten hier twee hoornaars in. Die dringen zo’n lege kast binnen en halen er alle dierlijke producten uit. Er zitten dus geen dode bijen meer in deze kast.”
Oud raam met beschimmelde cellen
Remko trekt zijn imkerpak aan
Voordat we in de kast met een levend volk gaan kijken, moeten we eerst onze pakken aan. Terwijl ik het mijne aantrek, maakt Remko de ‘rookpot’ gereed. Hij gooit er wat aanmaakblokjes en karton in, die hij vervolgens aansteekt en aanwakkert door de blaasbalg te gebruiken. Als het goed brandt, voegt hij wat bijentabak toe – dat is geen tabak en er zit geen nicotine in, maar het is een mengsel van natuurlijke restproducten en kruiden. Het is ontworpen om langdurig te smeulen en een milde, witte rook te produceren die de bijen kalmeert zonder hen te schaden. Wel moet je altijd even controleren of de rook niet te heet is.
Rookpot
“Hoor je ze zoemen?” vraagt Remko. Ik hou mijn oor naast de kast en hoor het inderdaad. Een mooi, laag geluid. Een meerstemmig bijenkoor. Ik probeer een opname te maken. Als je goed luistert, hoor je de bijen. Maar eerlijk gezegd worden ze vooral overstemd door de luide keeltjes van de vogels en het geruis van de snelweg.
Geluidsfragment
Je kunt de bijen heel zacht horen
De kast wordt berookt
Remko ‘puft’ een beetje rook op de bevolkte kast. Ik zie bijtjes wegkruipen. De kasten zijn dichtgemetseld met Propolis (een kleverige, harsachtige substantie die ze maken van de knoppen van populieren, berken en dennen). Hij wrikt ze open met een beiteltje. Weer puft hij in de bak. “En wat zien we hier?” vraag ik. “De bak voor het wintervoer”, antwoordt Remko. “Er ligt nu nog een hoopje suiker. Dat hebben de bijen niet meer nodig, want er is nu genoeg nectar te vinden. Dus ik maak hem schoon en haal hem weg.” We zien nu de tweede kast met daarin de raampjes op een rijtje. Een beetje puffen met de rook en Remko haalt een raampje uit de zijkant van de kast. “Dit is een raam met voer. Zo’n raam voelt altijd zwaar aan. De celletjes zijn keurig dicht gemaakt met zegeltjes.”
De bak voor wintervoer en daarnaast de bak met raampjes
Dan haalt hij er een raampje uit dat meer in het midden hangt. Mijn adem stokt! Als je dit nog nooit eerder hebt gezien is het een wonder! Het raam wordt voor een groot deel bedekt door bijen die door elkaar heen krioelen. Sommige zitten met hun kopje in een cel. Ik zie een bijtje met gele stipjes aan zijn poten. Dat is stuifmeel dat de bij met haar pootjes van haar lijf heeft geschraapt en vervolgens vermengd heeft met nectar of honing uit haar maag. Ze boetseert het tot een klompje dat ze vervolgens in de daarvoor bestemde korfjes aan de achterpoten stopt. Er zijn bruine, dicht gemaakte cellen waar het ‘broed’ inzit. Er zijn ook een paar celletjes iets hoger opgebouwd. Hier zitten darren in, want die zijn groter. Er zijn cellen gevuld met verschillende soorten geel en oranje. Dat is stuifmeel. Remko laat mij zien dat als je het raam goed in het licht houdt, je de koninginnengelei in sommige celletjes ziet glinsteren. “Als het goed is, zie je ook de larfjes zitten. Die krijgen de eerste drie dagen alleen deze gelei te eten. Daardoor worden het werkbijen.” Dan wijst hij: “Daar zie je grote larven. Dat zullen darren worden. Dit is een raam met “BRIAS, Broed In Alle Staten. Als je dit raam eruit zou halen en in een nieuwe kast zou hangen, dan heb je kans dat ze een nieuwe koningin maken doormiddel van een ‘redcel’. Dat is een werkstercel met een larfje van ongeveer vierentwintig uur oud. Dit larfje zal, in tegenstelling tot een werkster die alleen de eerste drie dagen koninginnengelei te eten krijgt, tijdens haar hele ontwikkeling met koninginnengelei worden gevoed zodat het uitgroeit tot een koningin. Meestal maakt het volk meerdere van deze redcellen. Als er eenmaal een koningin uit komt, zal ze de andere redcellen vernietigen. En zo ontstaat er een nieuw volk.”
“Brias” raam met links onder wildbroed
Bijen met klompjes stuifmeel aan hun pootjes
Remko bekijkt alle raampjes en controleert daarbij of er genoeg voer en ruimte is. Bij ruimtegebrek beginnen de bijen hun cellen buiten de ramen te bouwen. Dit noem je ‘wildbroed’. Je kan het goed zien op de foto hierboven, links onderin de hoek van het raam. Remko bikt die cellen weg met zijn beiteltje en hangt nieuwe ramen in de kast, om de bijen meer broedruimte te geven. Soms is het volk al zo groot dat hij er een nieuwe bak bij plaatst. Remko: “Zo’n bak bestaat uit elf ramen. Aan de buitenkant ramen met voer, die verplaats ik vanuit de oude bak. Meer naar binnen zitten nieuwe ramen die ze kunnen uitbouwen. En in het midden ramen die al een beetje bebroed zijn. Zo kunnen de bijen weer lekker aan de gang.” Remko haalt ook de ‘vliegopeningsverkleiner’ (oftewel ‘vlieggatschuif’) uit de vliegopening van de bijenkast. Die wordt er in de winter in geplaatst voor de veiligheid (om indringers als muizen, wespen en hoornaars tegen te houden) of om onderlinge roverij te voorkomen – bijenvolken kunnen elkaar aanvallen om honing te stelen, en een kleiner vlieggat is makkelijker te verdedigen. Het is ook goed voor de temperatuur regulatie. Nu is Remko klaar met de inspectie van deze bijenstal.
—-Filmpje: Bijen vliegen in en uit en uit de bijenkast—-
Groepje dode bijtjes en koninginnencel
We gaan door naar de kasten bij het bondsgebouw aan de buitenkant van deel I van ons tuinpark. Hier staan nog vier kasten. Drie met één bak en één met twee bakken. We kijken of er bijen in en uit de openingen vliegen. Bij de grote kast zien we niets. Dat volk zal dus niet meer leven. Als we de kast openmaken en er een raampje uithalen zien we nog een klein groepje dode bijtjes tegen elkaar aangedrukt zitten. Op een ander raam vinden we een verlaten koninginnencel.
In de kast ernaast puilen de bijen eruit. In de bak bovenop kun je zien dat de bijen al flink aan het uitbouwen zijn geweest. Remko gebruikt een bak van het overleden volk met de nog te gebruiken voedselraten en wat nieuwe kunstraten om meer ruimte te geven aan dit ijverige volk. Hij stimuleert ze om gebruik te gaan maken van de nieuwe verdieping, door er een raam met broed uit de oude bak in te hangen.
Om weer wat energie op te doen na gedane arbeid, eten we alle twee heerlijke raathoning. Dit is een stukje raat gevuld met nectar. De nectar is dunner dan honing en smaakt heerlijk zoet. De raat kun je gewoon doorslikken. Dat verteert niet maar verlaat het lichaam weer op natuurlijke wijze. Of zoals Remko zegt: “Je poep gaat ervan glimmen”. Want bijenwas wordt onder andere gebruikt als glansmiddel van snoep.
Woekercellen en nectar
De volgende zondag heb ik weer met Remko afgesproken. Hij doet een tweede schouw voordat hij op vakantie gaat. Ook onze fotograaf Hillie is van de partij.
Koninginnerooster, vulblok, nieuwe raampjes, honingkamer
“Wat gaan we vandaag doen?” vraag ik. Remko: “We gaan kijken of de volken gegroeid zijn. Het is nog niet heel warm, maar er is genoeg voedsel en ik vermoed dat de werksters al hard in de weer zijn om nectar en stuifmeel te verzamelen. De fruitbomen bloeien immers volop. We zullen kijken of ze genoeg ruimte hebben. We gaan er, waar nodig, een nieuwe bak aan toevoegen, net als de vorige week bij die bak waar zo ontzettend veel bijen in zaten. Daarvoor neem ik weer nieuwe raampjes mee. Ik neem ook wat ‘vulblokken’ mee. Dat is een dicht raam van massief hout of isolatiemateriaal. Daarmee kun je de ruimte in de bakken beperken als je ziet dat het volk nog niet sterk genoeg is voor een volledige bak. Daarnaast gaan we op iedere bijenkast een honingkamer zetten. Dat is een bak die half zo hoog is als de broedkasten, ook gevuld met raampjes. Daarin zullen de bijen hun voedsel gaan opslaan. Dat is de honing die ik er vervolgens uit zal halen om te slingeren. Om te zorgen dat de koningin geen eitjes gaat leggen in deze honingkamer (dat zou de honing vervuilen) leggen we een koninginnenrooster (oftewel ‘moerrooster’) tussen de bovenste broedbak en de honingbak. Dit is een rooster met openingen van ongeveer 4,2 mm breed. De werkbijen kunnen er moeiteloos doorheen, maar de koningin en de darren zijn daarvoor te groot. Als laatste leg ik een doorzichtige plexiglas plaat op de bovenste kast, waardoor ik de volgende keer snel kan controleren of er raat wordt gebouwd of juist voer wordt opgenomen, zonder het volk te storen.
En zo maken we weer ons rondje. Nu met z’n drieën.
Kijk een keer mee!
Bijen in de kunst
-‘The Hive’ (De Bijenkorf) is een wereldberoemde, multi-sensoriële installatie van de Britse kunstenaar Wolfgang Buttress. Het is een ode aan de honingbij, en een krachtig symbool voor de fragiele relatie tussen mens en natuur.
Oorspronkelijk ontworpen voor het Britse paviljoen op de Milan Expo 2015, staat de installatie sinds 2016 permanent in de Londense Kew Royal Botanic Gardens:
https://pragmatika.media/nl/arhitektura-vdohnovlennaja-pchelami-the-hive/
-De kunst van de Slowaakse visueel kunstenaar Tomáš Libertíny is een unieke samensmelting van natuurlijke processen en menselijk ontwerp. Libertíny staat wereldwijd bekend om zijn honingraat-sculpturen, waarbij hij samenwerkt met duizenden bijen om kunstwerken letterlijk te laten ‘groeien’.
https://www.kunsthal.nl/nl/plan-je-bezoek/tentoonstellingen/eternity/
-‘Bambino al sole’ (kind in de zon) van de Italiaanse beeldhouwer Medardo Rosso (1858- 1928), bijenwas over gips.
Bijenwas was voor de Romeinse dichter Ovidius dé metafoor voor de metamorfose van de ziel: kneedbaar als het is, kan het steeds nieuwe vormen aannemen, en toch hetzelfde materiaal blijven. Voor Medardo Rosso was het een belangrijk medium om zijn impressies van het leven mee uit te drukken: uit de amorfe was verschijnt en verdwijnt onder wisselend zonlicht een kindergezicht.
Noot: Bovenstaande tekst en foto zijn overgenomen van de tentoonstelling ‘Metamorfosen’ in het Rijksmuseum.
Link naar het Rijksmuseum: https://share.google/xGRMq4t3iERONdP9p

