Natuurbehoud: natuurlijk tuinieren
Natuurlijk tuinieren: voor sommigen een heel bekend begrip, voor anderen misschien minder. Tuinder Sjaak Fletcher legt in kort bestek uit wat de basis is van natuurlijk tuinieren.
April 2026 – tekst door Sjaak Fletcher, tuin 233; fotografie door Froukje Dijkshoorn, tuin 157.
Een van de belangrijkste principes van natuurlijk tuinieren is: op je tuin verschillende plantensoorten die vanzelf opkomen, zoveel mogelijk laten groeien. Er kan van alles opkomen: inheems of niet-inheems. Die plantjes zijn heel goed te combineren met de vaste planten, eenjarigen, struiken en kleine bomen die je hebt gekocht bij een tuincentrum en in je tuin hebt gezet. De kunst is om de overgebleven zwarte grond tussen deze planten spontaan te laten begroeien met van alles en nog wat. Dus: laat wat er opkomt gewoon eerst even staan, totdat je ziet welke plant het precies is. Vervolgens haal je dan wel sommigen weg, want niet álles is gunstig om te laten staan. Ongewenste soorten als brandnetels of zevenblad kun je bij de grond afknippen. Dat wil overigens ook weer niet zeggen dat je álle brandnetels en zevenblad weg hoeft te knippen. Daar waar mogelijk mag je best een plukje laten staan – brandnetels zijn bijvoorbeeld een van de belangrijkste waardplanten voor vlinders. Je zorgt er zo tevens voor dat de bodem (de zwarte grond) bedekt blijft – dat is heel gunstig tegen het uitdrogen van de grond. Er verschijnen vaak ook hele mooie ‘gezellige’ plantjes op de kale stukken. Haal wel zoveel mogelijk gras weg tussen de planten, en verstoor daarbij de grond zo min mogelijk. Na verloop van tijd leer je de spontaan verschenen plantjes vanzelf kennen. En ik verzeker je: er gaat dan een wereld voor je open – als je er de schoonheid van kunt inzien. In combinatie met andere planten die je gekocht hebt, ontstaat – met een beetje ‘editing’ – op den duur een harmonisch geheel. Op deze manier draag je je kleine steentje bij aan de biodiversiteit. Hoe mooi is dat? Veel succes en plezier op je tuin!

