Illustratie door Alison Bass, tuin 210
Een besneeuwde bijenstal, een nieuwsgierige tuinbuurvrouw en een enthousiaste imker: zo begon afgelopen winter een fascinerende kennismaking met de wereld van de honingbij. In dit eerste deel: hoe overleeft een bijenvolk de winter?
April 2026 – Tekst en foto’s door Elske de Kruijter, tuin 204
Deze winter wandelde ik door ons tuinpark toen mijn aandacht werd getrokken door de bijenstal. Hij stond daar zo rustig en sereen in de wit besneeuwde fruithoek op deel III, uit te kijken over het water van de brede sloot aan zijn voeten. Wat zou er in deze bijenkast omgaan? Slapen de bijen, hebben ze het koud? Met z’n hoevelen zitten ze daar eigenlijk? De wereld van de bijen is mij totaal vreemd. Maar wel zichtbaar als ik in de zomer, met een kopje thee, zit te kijken naar het af en aan vliegen van de bijen en hommels op mijn rijk bloeiende lavendel en wilde marjolein, smeerwortel en vingerhoedskruid, of de madeliefjes en de paardenbloemen in het gras.
Afgelopen zomer kwam ik Imker Remko op zijn bakfiets tegen. We namen de pont over het IJ naar het Azartplein. Ik vroeg hem of ik eens mocht bellen voor een stukje over de bijen. Ik sloeg het telefoonnummer op en het leven ging door. Maar nu ik die bijenstal daar zag kreeg ik zin om hem te bellen en het hemd van het lijf te vragen.
We spreken af bij hem thuis. Een gezellig bovenhuis in Oost. Buiten is het waterkoud en donker. Ik krijg een kop thee en we gaan tegenover elkaar zitten aan de grote tafel. “Hoe kwam je erbij om imker te worden?” vraag ik hem. “Rachel, de vroegere bewoonster van de eilandtuin op deel III, had al een cursus gedaan,” begint Remko te vertellen. “En een vriend van mij was er ook mee bezig. Vervolgens zag ik – het is alweer elf jaar geleden – een advertentie in het tuinkrantje over een cursus bij de afdeling Waterland van de Nederlandse Bijenhouders Vereniging (NBV) en ik dacht: waarom niet?” De afdeling Waterland zit momenteel bij tuinpark Wijkergouw, maar vroeger was die afdeling verbonden aan ons oude tuinpark Buikslotermeer, naast de Noorder begraafplaats. Remko kreeg ’s winters een theoriecursus en ging meelopen met een imker om de praktijk te leren. “En dan moet je gevoel krijgen voor je bijtjes en word je heel vaak gestoken” zegt hij. “Oh!”, reageer ik, “dat wordt wel serieus aangepakt”. “Zeker!” antwoordt Remko terwijl hij opstaat en naar de gang loopt. Ik hoor wat gescharrel en hij komt terug met een boekje dat hij voor mij op tafel legt: ‘BIJENHOUDEN – Hoe doe je dat’ Een boekje voor beginners. “Dit is je huiswerk,” zegt hij, lachend. We spreken af dat ik dit seizoen met hem mee mag kijken, en misschien wel een eigen volk mag verzorgen. Maar daar moet ik nog even over nadenken. Het voelt als een hele verantwoordelijkheid. Eerst maar eens het boek lezen.
Bij Remco thuis
Remko heeft vijf kasten staan bij de bijenvereniging, en vier bij de Bond van Volkstuinders. Hij wilde ook graag een kast vlakbij zijn eigen tuin neerzetten. Het is heel belangrijk om een bijenstal op de juiste plek te plaatsen. In overleg met het toenmalige bestuur is het de plek in de fruithoek op deel III geworden. In deze stal houdt Remko één tot drie bijenvolken. Als imker ben je verantwoordelijk voor wat de bijen buiten je kast veroorzaken, zoals steken of zwermen. De gekozen plek is perfect, want de kast staat nu niemand in de weg. De opening van een bijenkast is naar het zuidoosten gericht, voor de warmte, legt Remko uit. En de aanvliegroute is over het water, vrij van beplanting. De bijen zitten zo niemand in de weg als ze van- en naar de kast vliegen. Remko houdt zijn volken goed in de gaten,zodat ze zich goed gedragen. Maar hierover later meer.
Deze keer verdiepen we ons in de bijen in de winter.
Kun je een korte beschrijving geven van hoe een bijenvolk is samengesteld?
Remko: “Een bijenvolk heeft aan het hoofd een koningin die zich bezighoudt met het leggen van eieren. Ze leeft vier tot vijf jaar. De werksters (onvruchtbare vrouwtjes; afhankelijk van de tijd van het jaar zijn het er zo’n tien- tot vijftigduizend) houden zich bezig met de wasproductie, nestbouw, broedverzorging, verdediging, voedsel verzamelen en cellen poetsen. Ze leven slechts vier tot zes weken in de zomer, omdat ze dan zo vreselijk hard moeten werken. In de winter leven ze 5 tot 8 maanden. Een volk heeft veel minder mannetjesbijen, ofwel darren: zo’n tweeduizend. Ze leven enkele weken tot maximaal drie maanden, en alleen in de zomer, om de koningin te bevruchten. In de winter zijn er geen darren.”
De bijenkasten de winter op deel III
Hoe overleven de bijen in de winter?
Remko: “De bijen hebben gedurende de zomer een wintervoorraad voedsel aangelegd. Dat doen ze door nectar te verzamelen. Ze moeten veel vocht uit de nectar halen omdat het anders zou gaan gisten. Het vochtgehalte moet worden teruggebracht van tachtig naar achttien procent. Dit doen ze door middel van het uitbraken van een druppel nectar die ze laten drogen op hun uitgestoken tong. Ook maken ze de nectar droger door te blazen en te wapperen met hun vleugels zodat er uiteindelijk honing overblijft. De imker oogst de voorraad aan het einde van het seizoen: eind augustus-begin september. Hij geeft de bijen voldoende voer om de winter door te komen. Dit doet hij door ‘nep nectar’ – twee kilogram suiker op 1 liter water – in de kast te zetten. In een soort vogelbakje met een gaatje waar ze niet doorheen kunnen, maar wel uit kunnen drinken. De imker zet het bakje aan de bovenkant van de kast. De bijen moeten, voordat het te koud wordt, de voorraad suikerwater droger maken, zoals ze ook bij hun nectar doen. Als alle voedselramen vol zijn, verruilt de imker het suikerwater voor een bak droge suiker. Bij een temperatuur beneden de tien graden gaan de bijen een tros vormen. Ze circuleren van binnen naar buiten. De bijen aan de binnenkant eten zich vol en warmen zich op waarna ze wisselen met de buitenste bijen. De buitenste bijen trillen met hun rugspier (vliegspier), zonder hun vleugels te bewegen, om warmte te genereren voor het volk en om het voer zacht te houden. De tros verplaatst zich over de voedselramen. Ze zijn duidelijk niet in winterslaap. Als je je oor tegen de kast legt, hoor je ze zoemen. Als het gedurende de winter warm genoeg is voor de bijen om de tros te verlaten, gaan de bijen een beetje rondwandelen in de kast. Ze stuiten op de bak met droge suiker en kunnen dit eten zodat ze de voorraad in de honingraat kunnen bewaren voor als het echt koud is.”
“Bijen gebruiken het genereren van hitte ook als wapen. Bijvoorbeeld om een hoornaar of een koningin te doden door er met z’n allen omheen te gaan zitten (inballen) en te gaan trillen zodat de temperatuur oploopt tot wel 41 graden. Het slachtoffer gaat dood, maar ook een aantal bijen aan de binnenkant van de bal overleeft dit niet.
Daarnaast gebruiken bijen ook hun trillende rugspieren gecombineerd met inzet van hun vleugels, als er te weinig ventilatie is of als de kast te heet wordt. In een te warme kast smelt de honing en de was, waardoor de raten instorten. De bijen raken dan verstrikt of verdrinken. Dit leidt vrijwel altijd tot de ondergang van een bijenvolk. Dit heet een meltdown en is voor de imker de grootste nachtmerrie.”
“Helaas moet de kast één keer in de winter geopend worden, als het tussen de nul en vijf graden is. Dit is om de Varroamijt te bestrijden. Deze parasiet is wereldwijd de grootste bedreiging voor de honingbij (naast het gebrek aan voedsel). Hij valt honingbijen aan en veroorzaakt bijenziektes. Hij voedt zich met het bloed van volwassen bijen en hun broedsel. Als je de bijen niet behandelt, gaat het volk dood.”
“De chemische bestrijding van de Varroamijt houdt in dat men warm suikerwater met een hele lage dosis oxaalzuuroplossing over de bijen sproeit. Oxaalzuur is in feite een natuurproduct. Het zit ook in rabarber, bieten en spinazie. Men zegt bijvoorbeeld dat je na 21 juni geen rabarber meer moet eten omdat het percentage oxaalzuur dan te hoog wordt. De bijenvereniging doet de bestrijding elk jaar gezamenlijk. Er worden groepjes van vijf mensen samengesteld, met onder andere een schrijver, een teller en een strooier, die een aantal bijenkasten voor hun rekening nemen. Het moet heel snel, en in één keer. Want de bijen maken hun kast helemaal wind -en waterdicht door een mengsel van propolis, was en enzymen. Propolis of kithars is een kleverige substantie die de bijen afknabbelen van populierenknoppen. Propolis helpt goed tegen schimmels, bacteriën en virussen.”
Hoe ontwaken de bijen?
Remko: “De bijen worden actief als het nog winter is. Bij een temperatuur boven de veertien graden beginnen ze te broeden en ontwaakt hun zogeheten ‘haaldrift’. Er wordt een klein broednestje aangelegd voor de eerste zomerbijen. Als het voorjaar echt begint, worden de laatste winterbijen vervangen en komt het bijenvolk op volle sterkte.
Eind maart, begin april ga ik meekijken met Remko die zijn eerste inspectie houdt: leeft het volk nog, is er een koningin, is er nog genoeg voedsel en is er genoeg bouwruimte? Ik ben heel benieuwd! In een volgende tuinkrant zal ik jullie erover vertellen.
Foto door Froukje Dijkshoorn, tuin 157
Heeft Remko je enthousiast gemaakt en wil je meer weten over de fascinerende wereld van de bij? Dan zijn de documentaire ‘Honeyland’ en het boek ‘Het bewustzijn van de bij’ iets voor jou:
Documentaire: Honeyland
Drie jaar lang volgde het regisseursduo Kotevska & Stefanov de laatste vrouwelijke imker in de prachtige bergen van Noord-Macedonië. Het resultaat: een adembenemende documentaire over imker Hatidže. Haar passie en inkomen zijn de wilde bijen die ze met veel zorg en volgens oude tradities teelt. Voor twee Oscars genomineerd en bedolven onder lovende kritieken op het Sundance Festival, waar de film drie prijzen won. https://share.google/o28HbXlqiMarA6pq0
Boek: Het bewustzijn van de bij, Lars Chittka
Bijen hebben een piepklein zenuwstelsel. Hun hersenen hebben de grootte van een vierkante millimeter. In dit boek laat etholoog Lars Chittka zien dat bijen desondanks over opmerkelijke cognitieve vermogens beschikken. Ze zijn slim, hebben een persoonlijkheid, herkennen bloemen en menselijke gezichten, communiceren via een eigen taal, vertonen emoties, kunnen tellen en gebruiken eenvoudige gereedschappen. Ze leren van elkaar en weten problemen op te lossen. Bijen zien meer kleuren dan wij, maar schakelen soms om naar een zwart-witvisie om overbelasting van hun visuele brein te voorkomen.
We wisten al dat bijen een ‘korfgeest’ hebben en daardoor geweldig samenwerken. Het bewustzijn van de bij laat zien dat bijen ook als individu uniek en intelligent zijn. https://share.google/QAdYH5cm8mWRlnUMv

