Winter op de tuin, foto door Elske de Kruijter, tuin 204
De lente is net begonnen, maar eerst nog een ode aan het seizoen dat achter ons ligt. In dit gedicht keek schrijver en kunstenaar Jan Wolkers met milde, soms weemoedige blik naar de winter. Hij schreef het op Texel, waar hij in zijn latere jaren woonde. Tussen kale takken, laag licht en stilte klinkt ook een bespiegeling op ouder worden – iets wat in de tuin misschien wel net zo natuurlijk is als het wisselen van de seizoenen.
April 2026 – Gedicht door Jan Wolkers (1925-2007)
Ik heb de winter liefgehad
Ik heb de winter liefgehad.
De adem aan het raam,
De holte in de ijsbloem.
Een stem die zegt, ‘Hij werpt zijn ijs’,
Een driepunter, en dat op wintervoeten.
Het gele wonder van de distelvink
Verbleekt de vlammenwerper van de zon.
De vluchtige en vale vlokkenregen,
Verstijft op het behang van bomen.
De hermelijn verschiet van kleur
Uit bloeddorst naar de strot van hazen.
De sneeuw verdooft geluid tot gonzen,
Het knerpen heeft geen afstand die beklijft.
De rijp geeft stijfselbomen helderheid.
Uit ‘Jaargetijden’ (2000)

